Gepubliceerd op 4 februari 2017



Officieel ben ik in de herfst van mijn leven en vijftig worden was dan ook best even een hobbel voor me. Lees in deze blog hoe je van de herfst in je leven toch weer in de lente terecht komt! 

 

Mijn verjaardag zelf was een zeer speciale dag vol onverwachte verrassingen die mijn dierbaren voor mij bedacht hadden. Het begon al bij het ontbijt op bed toen ik na de persoonlijke felicitaties van mijn man en dochters toegang kreeg tot een besloten Facebookgroep met de confronterende naam Els 50 jaar! In het geniep hadden familie en vrienden al sinds oktober hun herinneringen aan mij geplaatst, compleet met foto’s van vroeger en nu.

 

Ik ben me bewust geworden dat ik het meest genoten heb van het feit dat mensen tijd in mij hebben geïnvesteerd. Dat vrienden speciaal voor míj, en het raakt me weer als ik dit typ, speciaal voor mij vanuit Zuid Afrika (!) hun tickets naar Scandinavië hebben omgeboekt om mijn verjaardag met mij te vieren. Of zoals mijn vriendin Renée uit de vorige eeuw, die voor míj vrij had gevraagd in de drukste periode van het jaar, om drie uur te reizen om met mij feest te vieren.

 

 

Deze zomer, een half jaar voor mijn verjaardag, begon ik al na te denken over een feest. Telkens weer zei iets in mij dat ik geen gewoon feest wilde geven. Het georganiseer, terwijl ik dat vroeger erg leuk vond, staat me sinds een paar jaar soms tegen. Het is niet meer zo mijn ding zeg maar. Maar helemaal geen feest geven bij het bereiken van deze mooie leeftijd, er geen aandacht aan besteden klopte ook niet, er moest wel iets gebeuren. Het niet vieren klopte ook niet voor mij. Maar hoe en wat dan wel? Ik heb mezelf daar de tijd voor gegeven om over na te denken, het was immers nog maar zomer.

 

 

En opeens in augustus in een split second was het helder. Ja! Ik wilde kerst met mijn familie doorbrengen, het leek mij opeens zelfs een geweldig idee die ingeving, ik wist het zeker. Al jaren gaan wij met ons eigen gezin, en met ons nog een miljoen Nederlanders, weg met kerst. Ik durf er iets onder te verwedden op basis van hetgeen ik in mijn praktijk hoor dat zeker nog drie miljoen Nederlanders het liefst hetzelfde zouden willen doen.  Enfin en dan wil ik met kerst mijn familie om me heen hebben? Ik kom er op terug.

 

 

Toen ik aan mijn man vertelde dat het mij erg leuk leek om als verjaardagscadeau mijn moeder en twee broers met schoonzus en neefje en nichtje uit te nodigen voor een skivakantie Oostenrijk, keek hij me heel wazig aan. Terecht merkte hij op maar dat is toch geen cadeau? Wat wil je dan als cadeau graag hebben? Ja daar had hij een punt, hoewel ik mijn ultieme cadeau al bedacht had door hen mee te vragen.

 

Na ook over die vraag even te hebben nagedacht was het ideale cadeau om de hele dag niets te hoeven doen, helemaal niets. De hele dag te laten gebeuren en maar te kijken wat ze voor me bedacht hadden. Ja, dat moest het worden. Mijn man kent me al wat langer dan vandaag en twijfelde of ik dat wel zou kunnen. Ik ben iemand die graag zelf de touwtjes in handen heeft, in controle is, kritisch is en dan vraag ík een surprise-dag? Eigenlijk stelde ik mezelf voor de schier onmogelijke opdracht alles los te laten mezelf over te geven! Tja, dat zou ik na vijftig jaar toch wel eens moeten kunnen?

 

 

Het was een grandioze dag én ik heb wederom lessen geleerd. In overgave ontstaan de mooiste dingen! Ik ben dankbaar dat ik vijftig ben geworden want dat is niet iedereen gegeven. Ik ga verder met het verhaal waarom mijn familie mee leek te moeten deze kerst, juist deze kerst.

 

Mijn jongste broer is slechts achtendertig jaar oud geworden. Hij werd in het voorjaar van 2014 om het leven gebracht. Juist voor deze verjaardag en voor deze kerst drong het besef tot mij door dat hij er natuurlijk gewoon bij had moeten zijn. Zijn adagium of liever gezegd zijn gebod, was altijd “Wel genieten!” Maar ja, genieten terwijl je verdrietig bent, kerst met familie doorbrengen terwijl je het liefst alleen op een onbewoond eiland zit, hoe doe je dat?

 

 

Het antwoord diende zich half december aan toen ik bij een lezing was van Manu Keirse, hoogleraar in België en autoriteit op het gebeid van rouwverwerking. De lezing stond in het teken van de aanstaande feestdagen in relatie tot verlies en verdriet. Om een lang verhaal kort te maken leerde ik opnieuw het belang van het noemen van namen van hen die niet meer onder ons zijn. Manu begin zijn lezing met het voorlezen van het verhaal van de drie bomen. En opeens wist ik het, dit kerstverhaal paste bij ons leven, bij het leven met het aanwezige gemis dat sterker tot je doordringt bij bijzondere dagen.

 

 

Hieronder staat het verhaal dat ik voorgelezen heb op kerstavond. Wellicht een raar moment om daar nu aandacht aan te besteden. Het is echter een verhaal voor alle tijden, een verhaal van leven en overleven. We hebben samen drie kaarsjes gebrand voor hen die ons ontvallen zijn, we hebben samen gehuild en elkaar vastgehouden. Daarna, of ik denk juist daarom, konden we dieper genieten van het leven.

Reina Alserda

 

Het verhaal van de drie bomen

Er waren eens drie bomen, die alle drie in een hevig storm een tak waren kwijtgeraakt.
De drie bomen waren elk op een andere manier met hun verlies omgegaan.
Jaren later ging ik de bomen weer opzoeken.
Gisteren heb ik ze teruggevonden en met hen gesproken.

 

De eerste boom rouwde nog steeds om zijn verlies en zei ieder voorjaar als de zon hem uitnodigde om te groeien: “nee, dat kan ik niet want ik mis een belangrijke tak.”
Ik zag dat hij klein was gebleven en in de schaduw stond van de andere bomen.
De zon drong niet meer tot hem door. De wonde was duidelijk zichtbaar en hij zag er naakt uit. Het was het hoogste punt van de boom. Hij was niet meer verder gegroeid.

 

De tweede boom was zo geschrokken van de pijn
dat hij snel had besloten om het verlies te vergeten.
Hij was moeilijk te vinden, want hij lag op de grond.
Een voorjaarsstorm had hem doen omwaaien. Hij had zijn greep op de aarde verloren.
De plek van de wonde was moeilijk terug te vinden.
Deze zat verstopt achter een heleboel vochtige bladeren en lag daar te rotten.

 

De derde boom was ook erg geschrokken van de pijn en de leegte van zijn lijf,
en hij rouwde om zijn verlies.
Het eerste voorjaar toen de zon hem uitnodigde om te groeien, had hij gezegd: “dit jaar nog niet”.

 

Toen de zon het tweede voorjaar weer terugkwam met de uitnodiging, had hij gezegd:
“ja, zon, verwarm mij zodat ik mijn wonde kan verwarmen.
Mijn wonde heeft warmte nodig, opdat ze weet dat ze erbij hoort.”
Toen de zon het derde jaar weer terugkwam, sprak de boom: “ja zon, laat mij groeien.
Ik weet dat er nog zoveel te groeien is.” De derde boom was ook moeilijk te vinden,
want ik had niet verwacht dat hij zo groot en sterk zou zijn geworden.
Gelukkig heb ik hem herkend aan de dichtgegroeide wonde,
die vol trots in het zonlicht werd gehouden.

 

E. Landwaard

 

Hoe je in de herfst van je leven weer in de lente en de zomer terecht kunt komen, is voor mij duidelijk. Dat gaat altijd via de winter. De hobbel is genomen, de lente is in aantocht, ik groei en leef volop!

 

Schrijf je ook in voor mijn blog!